‘De koers neerzetten, kaders maken, medewerkers meenemen én de vaart erin houden’
Flexibilisering in het onderwijs: COG-mbo’s succesvolle aanpak
Casestory COG-mbo: Cora Vinke, directeur van het Dulon College en verantwoordelijk voor de flexibilisering van het onderwijs binnen COG-mbo in gesprek met Jasmijn Wijn, adviseur Onderwijs bij Turner over de strategieopdracht.
- Versnelling in het proces door kortcyclisch werken en echt in de huid kruipen van (toekomstige) studenten en hun reis tijdens de studie.
- Scherpe keuzes maken voor de focus van nu, met perspectief van de ambitie van flexibilisering, de stip op de horizon.
- Betrokken en gemandateerde werkgroep vanuit verschillende onderdelen van de instelling zorgt voor herkenbaarheid, draagvlak, ambassadeurschap en toepasbaarheid binnen de verschillende scholen.
- Concreet resultaat en stappenplan voor vervolg geeft houvast en vertrouwen om door te pakken op de ingeslagen weg.
De Christelijke Onderwijs Groep (COG) staat voor een uitdagende onderwijstransformatie. Het doel is handvatten te geven voor de flexibilisering van het mbo-onderwijs, om studenten hiermee in staat te stellen ‘hun eigen weg en bestemming’ te kiezen. Dit ligt in lijn met de opdracht van de overheid tot meer flexibilisering in het onderwijs. De aanpak: het curriculum opdelen in modules en het creëren van gepersonaliseerde leertrajecten voor studenten. Maar wie zijn deze studenten eigenlijk, waar hebben zij behoefte aan, wat vraagt dit van onze organisatie en wat zijn de eerste stappen die we zetten? Ondanks de complexiteit van de opdracht heeft een geleidelijke, fundamentele verandering plaatsgevonden. Dit proces heeft geleid tot nieuwe inzichten, een groeiende cohesie onder belanghebbenden en een kick-start voor de invulling van het advies.
1. Wat was het vraagstuk waarvoor Turner is ingeschakeld? En wat was er zo ingewikkeld aan?
Er ligt voor de mbo-opleidingen in Nederland een opdracht om te flexibiliseren: passender onderwijs moet studenten beter in staat stellen eruit te halen wat erin zit. ‘Kies je eigen weg en bestemming’ schreef minister Dijkgraaf recent in een brief waarin hij havo- en vwo-studenten opriep het mbo als vakopleiding te overwegen. Het is een heldere opdracht vanuit de overheid, die aangeeft dat het onderwijs flexibeler moet worden.
De ambitie om te flexibiliseren is groot bij Cora Vinke, directeur van het Dulon College. Namens COG in de regio Vallei en Gelderland-Midden zet zij zich in om invulling te geven aan de Onderwijscode, de strategische koers van COG-mbo. Eén van de ambities van de Onderwijscode is flexibilisering van het onderwijs. ‘Tot op heden hebben onze opleidingen ruimte om het onderwijs zelf te ontwikkelen. Het opzetten van verschillende studentenreizen gaf ons inzicht in de flexibiliseringsbehoeften van verschillende studentengroepen.’ De scholengemeenschap waar het Dulon College deel van uitmaakt, biedt vanuit het Dulon College, het Astrum College en het Technova College een breed pallet aan opleidingen. Van Zorg & Welzijn, Handel, Economie & Administratie tot Motorvoertuigentechniek en Bouwkunde. Voorafgaand aan het project met Turner hebben de opleidingen van niveau 1 en 2 al de opdracht gekregen om het hele curriculum op te bouwen in blokken van 5 of 10 weken. ‘Eerst standaardiseren en dan pas flexibiliseren. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het natuurlijk niet. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is bijvoorbeeld de overweging of iedere module opzichzelfstaand zou moeten zijn of dat modules juist op elkaar moeten aansluiten. Vervolgens krijg je het vraagstuk hoe je al deze losse blokken, de modules, gaat stapelen’, vervolgt Vinke. ‘Welke systemen horen daarbij? Wat voor studenten lopen in onze school en wat is hun verwachte flexibiliseringsbehoefte? En wat betekent dit voor onze school en hoe past dit bij onze ambitie?’ Dat was de concrete opdracht die ik heb voorgelegd en waar Turner adviseur Jasmijn Wijn bij heeft geholpen. Uiteindelijk zijn er vier persona’s gemaakt, vier potentiële studenten. Daar is door een werkgroep met vertegenwoordiging vanuit alle scholen in verschillende bijeenkomsten over nagedacht’.
‘Het identificeren en voorsorteren in het maken van de keuzes was onderdeel van de opdracht. Je kunt op verschillende manieren flexibiliseren’, vult Wijn aan. ‘Willen studenten versnellen of vertragen? Willen ze zelf de volgorde van modules bepalen, willen ze verdiepen of juist verbreden? En welke keuzes moeten dan gemaakt worden als het gaat om onderwijs, examinering, studiebegeleiding en onderwijslogistiek? Als werkgroep hebben we de Stuurgroep Onderwijscode geadviseerd over de gewenste focus op flexibilisering en de principes die nodig zijn om keuzes te maken die bijdragen aan de realisatie van de stip aan de horizon.’
‘Eerst standaardiseren en dan pas flexibiliseren’
2. Wat heeft voor de doorbraak gezorgd? Inhoudelijk, veranderkundig en/of projectmatig?
Van een helder afgetekende doorbraak kan Vinke niet spreken, meer van een geleidelijke maar fundamentele verandering. ‘Ik denk dat het traject uiteindelijk best stevig was. De cultuur van de drie scholen verschilt, ze hebben allemaal een enigszins andere beginsituatie met verschillende wensen. Uiteindelijk heeft het geholpen om vast te houden aan de initiële uitgangspunten. Dat is wel een rode draad gebleken dit traject.’
Het tempo er inhouden voorkwam dat de inzichten vervolgens verwaterden. ‘Een keer in de twee weken hadden we een werksessie’, vertelt Vinke. En die waren niet vrijblijvend: ‘Iedereen is aanwezig, je doet mee en je doet ook je huiswerk. Streng zijn, dat was het’. ‘Er is ook veel gelachen hoor’, voegt Jasmijn er relativerend aan toe. ‘Maar iedereen deed en dacht mee, met de inbreng vanuit de cultuur en studentenpopulatie van de eigen locatie. Zo zijn we samengekomen, dus het kan echt.’
‘De werkgroep is ook binnen de scholen zelf rond gaan lopen en in gesprek gegaan met studenten met de vraag: ‘Wat heb jíj nodig?’, geeft Vinke aan. ‘Hoe oriënteer je je op een opleiding? Hoe zou jij jouw opleiding willen inrichten? Wat heb jij verwacht je van ons als school? Het gaf veel inzicht door als werkgroep letterlijk zelf de studentenreis te maken en op deze manier de studentenreizen te schetsen.’
‘Een van de meest waardevolle momenten in dit traject vond ik de projecten waarbij we in gesprek waren met studenten in studentenarena’s’, vervolgt Wijn. ‘We hadden voor elke persona een aantal studenten uitgenodigd die zich qua opleiding, niveau en richting zou kunnen identificeren met de betreffende persona. Deze studenten gingen vervolgens, onder begeleiding van iemand van de werkgroep, met elkaar in gesprek over de leerroute, over behoeftes en wensen. Dit zorgde voor een verdieping en verrijking van de ontwikkelde studentroutes. Het was heel mooi om te zien dat de docenten uit de werkgroep ook hun eigen studenten hoorden praten over wat ze wel of niet fijn zouden vinden, driftig meeschreven en dachten: dit kunnen we morgen al oppakken! En er ontstond begrip voor de noodzaak en wens voor flexibilisering.’ Vinke: ‘Je kent als docent natuurlijk het huidige lespad, maar als je dan in de huid van de student kruipt, denk je: oh, misschien kunnen we een aantal dingen toch anders aanpakken. Dat zijn mooie opbrengsten.’
3. Hoe is de executie tot stand gekomen?
‘De samenwerking met Turner was goed’, vertelt Vinke met overtuiging. ‘Ik werd me bewust van welke mogelijkheden, routes en gevolgen die verschillende paden kunnen hebben. Ik dacht wel eens: hoeveel vragen moeten er nog komen? Het is een tocht, waarbij iedere keer als je bij een kruispunt komt, er misschien niet twee, maar soms wel zeven keuzes zijn. En bij al die zeven moet je goed nadenken. Doen we het nu zo? En als we dat doen, wat betekent dat? Hoe past dit nog bij het grotere geheel?’ Docenten staan op hun beurt doorgaans vrij praktisch in het proces, maar dat kan ook frustratie opleveren en dat wil je voor zijn. ‘Zeg het maar, dan gaan we het doen. Dan nemen die hobbel, dat fix ik wel’ is vaak de ‘hands-on’ houding. ‘Maar dat is eigenlijk varen in de mist. We weten een stukje, dan staan we stil en moeten we ons oriënteren op het volgende. Dat maakt het lastig. De meesten willen weten waar we heen gaan en welke moeilijkheden we moeten overwinnen.’
‘Het portfoliomanagement is verbeterd, waardoor de veranderingen gecontroleerder worden uitgevoerd en eerder resultaten worden behaald.’
Wijn haakt aan op de beeldspraak van het varen in de mist. ‘Ik kan me goed voorstellen dat docenten in een ander bootje zitten. Die zien nog niet per se het grotere geheel, en dat hoeft ook niet. Zij denken vermoedelijk: ik geef onderwijs, wat betekent flexibilisering voor mij en mijn studenten en wanneer kan ik hiermee aan de slag? Wanneer kan ik mijn studenten hierover informeren? Terwijl de grotere boot, de organisatie als geheel moet nadenken over wat het betekent voor de onderwijslogistiek, voor de processen, systemen, etc. Het heeft veel meer voeten in de aarde om dat goed te organiseren. Dus die grotere boot moet soms naar links en dan weer naar rechts of een stukje terug om uiteindelijk op hetzelfde eindpunt uit te komen. Dat kan voor docenten een heel ondoorzichtig proces zijn. Of een heel oninteressant proces. Deze spagaat zie je vaker bij onderwijsinstellingen. Belangrijk is om goed de koers neer te zetten, kaders maken, medewerkers goed meenemen en tegelijkertijd de vaart erin houden. Wij hanteren hiervoor de 20-80 regel. Die kaders zijn ook echt belangrijk, omdat je daarmee ook zichtbaar maakt welke vrijheidsgraden er wel zijn en voorkomt je dat je echt van links naar rechts gaat zwalken (of niet van de kant komt).’
‘Je bent eigenlijk op verschillende manieren aan het navigeren’, vat Vinke het samen. ‘Zelf navigeerden we tot een bepaald punt waarna ik de hulp van Turner heb in geroepen. Namens Turner fungeerde Jasmijn Wijn als een soort loods die ons hielp door de mist te navigeren. Voordat ik Turner benaderde werd er vooral veel gepraat. Het is niet dat ik voor het eerst een onderwijsvernieuwing begeleid, maar deze is behoorlijk complex. Daarom wilde ik graag iemand van buitenaf die ons hiermee hielp. Wijn vult aan: ‘Dat je nog niet helemaal weet wat de route gaat zijn, is niet zo erg’, legt ze uit. ‘Maar je moet wel zelf het kompas vasthouden. Het moet bij iedereen naar het noorden wijzen. Als je de basiskeuzes eenmaal hebt gemaakt, dan kun je ook de lastige beslissingen nemen.’
4. Zijn er baten voor alle belanghebbenden? Voor klanten, aandeelhouders, medewerkers, management en maatschappij?
Het Dulon College, het Astrum College en het Technova College zijn mbo-opleidingen die qua inrichting en cultuur onderling soms flink verschillen en daar ligt een van de grootste dilemma’s, zegt Vinke. ‘Hoe behoud je de eigenheid van de locaties en zorg je tegelijkertijd voor standaardisatie? Dat moet echt wel kunnen, maar daar voel ik nu nog de grootste weerstand. Het gaat om constant mensen verleiden om te laten zien dat het echt wel kan.’
‘Ik vind het heel mooi dat jij veel vertrouwen in en verantwoordelijkheid bij de werkgroep hebt gelegd’, analyseert Wijn de rol van Vinke. ‘Je hebt de werkgroep letterlijk de opdracht gegeven dit te gaan doen. Om keuzes te maken, om een advies te maken voor de stuurgroep en dat ook voor te bereiden. Dus: maak keuzes, bespreek het met elkaar, ik heb vertrouwen in jullie, maar jullie hebben het mandaat om dit te doen. En dat vonden ze heel spannend. Het idee van: ‘ik sta achter je ook als het fout gaat’, is wat Cora Vinke de betrokkenen meegaf. ‘Door dat vertrouwen te laten zien en te laten voelen en hen ook de verantwoordelijkheid en zelfstandigheid te geven om daarmee aan de slag te gaan.’
5. Wat was het belangrijkste dilemma en hoe bent u daarmee omgegaan?
‘Het hele proces heeft geholpen om bij alle betrokken partijen de mist op te laten trekken’, verklaart Vinke. ‘Met name bij de werkgroep, maar ook wel bij de stuurgroep van de Onderwijscode, omdat duidelijk is geworden wat het betekent en vraagt om ons onderwijs te flexibiliseren. Betrokkenen hebben met elkaar nagedacht en gezien wat er in andere expertises gebeurt, er is van elkaar geleerd, over muren heen gekeken en we hebben gezamenlijk keuzes gemaakt. Dat is als erg waardevol ervaren’
Daarnaast heeft het inzicht in de studentenreis ook veel opgeleverd. Want als je de volgorde en het tempo van je opleiding zelf bepaalt, dan verandert er veel. Welke kaders zijn er dan nodig voor onderwijs en examineren, studentbegeleiding, onderwijs en logistiek? Deze vertaalslag heeft iedereen erg geholpen. ‘Het systeem is een belangrijke factor, maar wat betekent het eigenlijk voor hoe we ons onderwijs zelf gaan inrichten en aanbieden? Het mbo leidt niet alleen op voor een vak, we hebben ook een belangrijke vormingstaak. Studentbegeleiding is heel belangrijk. Want als je niet meer je eigen opleiding volgt omdat je de volgorde of en het tempo van je opleiding zelf bepaald, dan verandert er veel: het groepsdeel, het onderdeel zijn van de één klas. Je zit niet meer in één klas want je gaat misschien in verschillende klassen opereren. Studenten gaven dit gelijk aan: ik wil me ergens onderdeel van voelen. Dan is de vraag hoe je dat organiseert, die studentbegeleiding en dat groepsgevoel.’
‘Wat mij positief heeft verrast, is de cohesie in de werkgroep die is bewerkstelligd’, besluit Vinke. ‘Dat ik ervoer dat het ook van hén was wat ze opgeleverd hebben. De werkgroep was kritisch: ‘Nog een woord erbij, nog een woord eraf’, maar daarmee werd het ook van hen. Jasmijn Wijn heeft het voor elkaar gekregen dat betrokkenen zich echt eigenaar zijn gaan voelen en nu voldoende handvatten en richting hebben om onderwijs flexibilisering verder op te pakken en de rest van de school hierin mee te nemen!’
‘Betrokkenen zijn zich echt eigenaar gaan voelen en hebben nu voldoende handvatten en richting om flexibilisering verder op te pakken en de rest van de school hierin mee te nemen!’

Cora Vinke, directeur van het Dulon College en verantwoordelijk voor de flexibilisering van het onderwijs binnen COG-mbo en Jasmijn Wijn, adviseur Onderwijs bij Turner.

Cora Vinke
Directeur van het Dulon College en verantwoordelijk voor de flexibilisering van het onderwijs binnen COG-mbo

Jasmijn Wijn
Adviseur Onderwijs bij Turner
Wilt u ook sneller verbeteren vernieuwen en innoveren?
Turner is hét organisatieadviesbureau gespecialiseerd in strategie-executie. Samen een nieuwe strategie realiseren, dat maken we waar. Turner wordt voor de zevende jaar op rij door opdrachtgevers gezien als het beste strategisch adviesbureau van Nederland. Meer dan 4000 bestuurders en professionals deden mee aan het onderzoek van MT1000 waarbij Turner de hoogste waardering ontving voor strategie-advies, klantgerichtheid, excellente uitvoering en productleiderschap.

Lees hier meer over de resultaten die andere opdrachtgevers behaalden met hulp van Turner Strategie = Executie. Een afspraak maken? Neem contact met ons op.
Meer weten over Turner Onderwijs?
Hoe dragen universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen bij aan de door de maatschappij gevraagde talent- en kennisontwikkeling? Nu en in de toekomst. Lees hier meer over Turner Onderwijs.
Wilt u meer weten over wat Turner Strategie = Executie voor uw organisatie kan betekenen? Vul het formulier in en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.
"*" geeft vereiste velden aan
Meer opdrachten

Curio geeft digitalisering eigen koers: van IT-thema naar gezamenlijke Curio-brede beweging
Curio ontwikkelde samen met Turner een compacte digitaliseringsstrategie en uitvoeringsagenda voor de digitalisering van en in het onderwijs en van de onderwijsorganisatie. Digitale vaardigheden voor studenten, leerlingen én medewerkers kregen

De aanpak van Zadkine: modulair en flexibel onderwijs als strategische basis voor de toekomst
Mbo Zadkine in Rotterdam maakt met de keuze voor een strategisch hoofdprogramma ‘Modulair en Flexibel’ dit tot een speerpunt voor de hele organisatie. Alle colleges en opleidingen gaan de komende

Hoe Roads met Turner scherpere keuzes maakt in diensten, locaties en positionering
Roads, onderdeel van Arkin, richt zich op participatie, re-integratie en begeleiding van mensen met psychische of verslavingsklachten. Met een vanuit de historie breed gegroeid aanbod en afzetgebied wil Roads haar

Hoe Stichting Salvage met ondersteuning van Turner een concrete visie op haar toekomst ontwikkelde
Stichting Salvage kijkt na de implementatie van een nieuw operationeel systeem vooruit: wat vraagt de toekomst, en welke keuzes zijn nodig om relevant te blijven? Met ondersteuning van Turner ontstond

NHL Stenden werkt aan een waardevol en toekomstgericht digitaal fundament
NHL Stenden zette een volgende stap naar een toekomstgericht digitaal fundament. Turner hielp het transitieprogramma digitalisering scherp te krijgen en uitvoerbaar te organiseren, met regie op een complex vraagstuk en

Van vertraging naar regie: procestafels HR, Finance en Inkoop werkend bij universiteit
Van vertraging naar regie: procestafels HR, Finance en Inkoop werkend Een universiteit Directe impact op organisatie resultaten Tijdige live-gang van het nieuwe ERP-systeem dankzij snelle

EOC nam strategie én executie onder de loep
De maritieme verzekeraar EOC vroeg Turner om de strategie te challengen en blind spots bloot te leggen. In zes sessies werd de link tussen strategie en executie structureel versterkt. Het

Zorg bij jou: de strategie-executie van hybride zorg, dicht bij de patiënt
Zorg bij jou, een initiatief van de zeven Santeon-ziekenhuizen, ontwikkelt hybride zorg die patiënten thuis ondersteunt en zorgprofessionals ontlast. Turner begeleidde de strategie-executie: van kleinschalige pilots naar een landelijke coöperatie

Fontys Economie Tilburg: hoe een fusie leidde tot één sterk en toekomstbestendig profiel
Fontys Hogeschool bundelde de krachten van twee instituten tot één toekomstbestendig Fontys Economie Tilburg. Met steun van Turner ontstond er een doordacht fusieplan, sterke governance, en bovenal een helder profiel

IPABO versterkt onderwijs-bedrijfsvoering
Bij IPABO leidde de kloof tussen onderwijs en bedrijfsvoering tot vertraging in processen en onderlinge frustratie. Samen met Turner Strategie = Executie ontwikkelde de organisatie een aanpak waarin procesverbetering en

HAN vernieuwt portfoliomanagement
De HAN werkt aan een nieuwe portfoliobatenstrategie voor onderwijs en onderzoek. Een strategie met oog voor financiële én maatschappelijke opbrengsten. Turner ondersteunt bij het ontwikkelen van een afwegingskader en richtinggevende

LLO werkend krijgen? Zo pakt Talland College het aan
Hoe maak je LLO werkend binnen een fusieorganisatie met twee verschillende culturen en beperkte capaciteit? Talland College laat zien dat het kan – met een scherpe visie, duidelijke rolduidelijkheid en
